Wanneer een lijfrente aan het einde van de looptijd komt, spreken we van expiratie. Het opgebouwde kapitaal valt dan vrij. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer iemand de AOW-leeftijd bereikt of wanneer een polis afloopt.
Op dat moment zijn er twee opties: het kapitaal laten uitkeren of het uitstellen. Niets doen kan leiden tot fiscale gevolgen.
In dit artikel zetten we de mogelijkheden overzichtelijk op een rij.
De polis expireert: wat moet je weten?
Voordat een lijfrentekapitaal vrijvalt, moeten banken en verzekeraars de klant informeren. Dat gebeurt meestal per brief, vaak al ruim voor de expiratiedatum. Daarin staat wanneer de polis afloopt en welke keuzes er zijn.
Vanaf het moment van expiratie heeft de klant tot 31 december van het volgende kalenderjaar om een keuze te maken én uit te voeren.
Doet de klant niets? Dan ziet de Belastingdienst dit als afkoop. Dat betekent inkomstenbelasting plus revisierente.
Lijfrente laten uitkeren
Klanten kunnen ervoor kiezen om het kapitaal te gebruiken voor een uitkerende lijfrente. Dat kan via een verzekering of via een bancaire oplossing. In dit artikel richten we ons op de bancaire variant.
Meestal start een bancaire lijfrente wanneer iemand de AOW-leeftijd bereikt. Eerder starten mag ook. De jaren tot de AOW-leeftijd worden dan opgeteld bij de minimale uitkeringsduur van 20 jaar.
Is iemand al op AOW-leeftijd, dan zijn er twee vormen:
- Tijdelijke oudedagslijfrente (TOL)
- Uitkeringsduur: minimaal 5 jaar en maximaal 19 jaar
- Jaarlijkse uitkering is gemaximeerd
- Maximale uitkering is in 2025: € 26.781
- Levenslange oudedagslijfrente (LOL)
- Uitkeringsduur: minimaal 20 jaar
- Loopt maximaal tot het 100e levensjaar
- Geen maximum op de jaarlijkse uitkering
De uitkeringen worden belast met loonbelasting. Het gekozen startmoment bepaalt dus deels de belastingdruk.
Doorbeleggen of vaste rente: welke keuze past beter?
Bij een bancaire uitkerende lijfrente kiest de klant niet alleen de looptijd, maar ook de manier waarop het kapitaal rendeert. De klant kan kiezen voor een vaste rente of voor doorbeleggen tijdens de uitkering.
Vaste rente
De uitkeringen staan volledig vast. Er is geen beleggingsrisico, maar ook geen kans op extra rendement. De koopkracht beweegt niet mee met inflatie, waardoor de uitkering in de loop der jaren minder waard kan worden.
Doorbeleggen tijdens de uitkering
De uitkeringen worden berekend op basis van een beleggingsportefeuille. De uitkering staat steeds 12 maanden vast. Daarna wordt de hoogte opnieuw bepaald op basis van het behaalde beleggingsresultaat.
In langere uitkeringsperioden geeft dit meer kans op rendement dan een vaste rente en daarmee meer kans op behoud van koopkracht.
Daarnaast willen we het komende jaar onze naamsbekendheid verder vergroten. (o.a. met de Pensioenbooster campagne 25/26)
Waarom doorbeleggen vaak beter past
Een uitkeringsperiode van 10 jaar of langer is een middel- tot langetermijnhorizon. In die periode speelt inflatie een belangrijke rol. Een vaste rente is stabiel, maar groeit niet mee met stijgende prijzen.
Door te blijven beleggen en te kiezen uit vijf risicoprofielen, is de kans op waardegroei groter. Dat vergroot de kans dat de uitkering zijn waarde behoudt en beter aansluit bij de financiële doelen van de klant.
Lijfrente uitstellen
Wanneer de klant nog geen uitkering wil, kan het kapitaal worden uitgesteld. Het geld gaat dan over naar een nieuwe opbouwende lijfrente. Dit gebeurt vaak wanneer:
- De klant nog niet AOW-gerechtigd is
- De klant nog doorwerkt en het inkomen niet nodig heeft
- De klant voldoende inkomen heeft uit andere bronnen
Uitstellen mag tot 5 jaar na de AOW-leeftijd. Daarna moet de uitkering starten.
Wanneer is een bepaalde ingangsdatum passend?
Het gekozen startmoment bepaalt de totale belastingdruk.
Starten vóór de AOW betekent dat de minimale uitkeringsduur langer wordt, waardoor de jaarlijkse uitkering lager is. Dat kan fiscaal gunstig zijn.
Starten ná de AOW kan aantrekkelijk zijn wanneer de klant dan in een lagere belastingschijf valt. Dat verlaagt de belasting over de uitkeringen.
Afkoop en uitzonderingen
Als de klant geen keuze maakt of bewust kiest voor directe afkoop, ziet de Belastingdienst dit als een verboden handeling. De afkoop wordt dan belast met inkomstenbelasting en een revisierente van 20 procent.
Geen revisierente is verschuldigd wanneer:
- De lijfrente een kleine lijfrente is van € 5.429 of minder (2025)
- De klant langdurig arbeidsongeschikt is
Via de tegenbewijsregeling kan de revisierente soms worden verlaagd.
Checklist expiratie voor adviseurs
- Controleer de expiratiedatum van de polis
- Verzamel en controleer de polisdocumenten
- Analyseer het inkomen van de klant, nu en in de toekomst
- Bepaal of uitstellen of uitkeren passend is
- Bespreek de keuze tussen vaste rente en doorbeleggen
- Bekijk de fiscale gevolgen van beide opties
- Kies het juiste startmoment voor de uitkeringen
- Vraag de nieuwe lijfrente tijdig aan
- Zorg dat de handeling volledig is afgerond vóór 31 december van het volgende kalenderjaar
